NL  -  FR  -  EN  -  DE

Kunstschilders

 
Antoon Mortelmans

° 10.11.1869 Antwerpen - † 10.10.1957 Berchem
- drukker
- vader van Franck Mortelmans
- Antoon had de zaak van zijn ouders overgenomen, en bezat een winkel en kleine drukkerij op het Klapdorp in Antwerpen
 
Antoon had twee bekende oudere broers, namelijk de bloemenschilder Frans Mortelmans (1865-1936) en de toondichter Lodewijk Mortelmans (1868-1957). Overigens was hij ook kunstzinnig aangelegd, volgde eveneens de lessen aan de academie en waagde zich ook aan enig tekenwerk.
Antoon Mortelmans was in de beginfase mee betrokken bij de kunstgroep 'De Scalden'.
Hij was een grote haven- en natuurliefhebber en trok er regelmatig op uit met zijn kinderen om in de haven en de polders de omgevingen te verkennen.
 
   Franck en Antoon in de polders - Antoon aan het werk in de drukkerij
 
 

     Uit teksten, opgesteld door Antoon Mortelmans
 

FALCONRUI
In nr 40 der Falconrui 'huis met trapgevel' was ook een café gevestigd, als uithangbord hing er uit 'au Courrier' er neven in nr 38 'Au facteur' het was ten tijde van de volle glorie, dat er volledige regimenten voetvolk in de Falconkaserne in garnizoen lagen. Na zeven of acht ure ’s avonds mochten de soldaten uitgaan, weinigen van hen gaven zich de moeite om zich verder de stad in te wagen en vulden dan maar de kaberdoeskens der falconstraat incluis Huikstraat. Buiten de twee genoemden der Falconstraat was er nog een zanglokaal 'Café Belge' en in de Huikstraat 'du Fontaine', allebei ‘café Chantant’. Dat het er dapper toeging van liedjeszangers laat zich gissen, in elk der cafés waren ook wel eenige 'serveusen' die de pintjes opdienden aan de kliênten. Het meest van al waar we kunnen over mede klappen was het café chantant 'Au Courrier'.
Dit café gaf met de achtergevel uit op de achtergevel van onze woning in het klapdorp 121. Open koeren gaven toe om onzen blik te werpen langs de openstaande deur der gelagplaats van 'De Courrier'. Dit café werd uitgebaat door de weduwe De Laet, hertrouwd met een zekere Janssens. Het hoofd der vrouw hing door verlamming van de nekspieren, langs eenen kant op haar schouder, daardoor was ze gekend wijt en zijt als ‘de scheeve nek’. Deze vrouw had ook een zoon van onzen ouderdom ongeveer, genaamd Alois. S’zondags en s’maandags was er dansgelegenheid van 6 tot 12 uur op een draaiorgel-Muziek, met nieuwjaar en karnaval, gansch de nacht.
Wij gedrieen jongens, Frans, Lode, Antoon sliepen op de achterkamer van 1ste verdiep van t’ huis Klapdorp. Bij slapenstijd viel er niet aan te denken van een oog te sluiten, steeds maar het gezanik van de dans-airkens waartussen nu en dan een gegil van een vrouwenstem er mede begelijdende, bij een gekend straat-airken. Of ge het geloofd of niet, die geruchten en de airkens uitgeblazen door die draaiorgel, ik ken deze nog allen van buiten van het eerst tot het laatste, als de rol afgeloopen was. Er was er een ‘galop’ bij, als we die hoorden was het een bewijs alsdat het dansen voor dien dag afgeloopen was. Het bleef niet steeds bij vredelievende danspartijen. Door ons onbekende oorzaken werd er soms afgelapt onder dans, dan moest den orgeldraaier steeds voortdraaien aan het instrument om het gerucht hetwelk het gevecht veroorzaakte en het gehuil der serveusen die riepen en tierden als hunnen Amoureux op ze’nen toren kreeg, duurde het gevecht wat te lang naar de cafébaas z’n goesting, dan troonde hij de vechters naar de achterdeur en smakte hen daar tot tegen de scheimuur, alwaar ze dan tegen de zich aldaar bevindende emmers en keerborstels te recht kwamen en deze met helsch lawijd tegen de grond vielen, tusschen de voeten der vechters, die elkander maar steeds afrosten, de orgel speelde maar voords walskes en polkas opdat de politie, mocht deze passeren geen vechterslawijt zou horen.
U kunt veronderstellen hoe wij ons hadden en in ons beddeken lagen te beven van schrik. Dan kwam er nog bij alsdat een der serveusen door overspanning, de 'moederskwaal' kreeg, met ’t laatste oordeel kan er niet meer geroep en getier zijn. Dan kwam er nog bij alsdat ons nachtlichtje bij gebrek aan olie begon te kiskassen, dan schreeuwden we moord en brand, tot er iemand kwam van ’t huishouden om ons te troosten. Na nog eens zulke affaire gehad te hebben, na jaren en jaren pestiede daarvan gehad te hebben, heeft ons vader de politiecommisaris daarover aangesproken met de volgende uitslag; Zoodra het orgel begint te draaien, moet het venster en de deur uitgevende op de koer van de dansinrichting op slot en grendel dicht gemaakt worden en mogen er geen verbruikers zich op de koer begeven onder geen voorwendsel op straf van sluiting van het lokaal. Dat was reeds veel verzachting en heeft geduurt tot die oude lieden overleden zijn en de drankgelegenheid aan andere menschen is in handen gekomen en door omstandigheden door mij (Antoon) gekocht is om er een werkhuis in te plaatsen.
 
ALOIS
Dagelijks was het gala in de Courrier als café chantant. Straatzangers en verbruikers, die meenden hunne stem eens te doen hooren, stelden zich voor en de houder der piano was niemand anders dan de zoon der madame – Aloïs. De would be zanger gaf eenige toonen van zijn te zingen lied, Aloïs sloeg eenige noten op de piano en het lied begon zo goed en kwaad het ging.
Naarmate het lied in de smaak van het publiek viel ging het donderend applaus op, bijzonder als een der diensters een soldatenlied ten beste gaf. Dan braken ze om zeggens de inrichting rats af en de zangeres had nogal wat kuskens te wisselen.
Om klokslag 10 uur retraite: alleman buiten en de caserene binnen en de cafékens vielen stil en 'licht uit'.

 
     Tekeningen van Antoon Mortelmans